Termen
Alle belangrijke begrippen uit het materiaal op één plek. Overhoor jezelf met de trainer — alles tegelijk of per hoofdstuk — of zoek een begrip op in de lijst eronder.
Oefen jezelf
Test jezelf: telkens een term — weet jij wat die betekent voordat je het kaartje omdraait? Kies alles of één hoofdstuk.
Alle begrippen
- A posteriori
- Kennis is a posteriori als zij pas ná en dankzij de waarneming vaststaat: je moet de wereld in om haar te bevestigen of te verwerpen. Lees meer →
- A priori
- Kennis is a priori als je haar kunt hebben vóór en zonder waarneming: je stelt haar vast door te redeneren, niet door te meten. Lees meer →
- Aanvaardbaar
- Een van de vier spelregels: onderzoek is aanvaardbaar als het ethisch verantwoord is — eerlijk uitgevoerd, met toestemming, met respect voor privacy en zonder iemand te schaden. Lees meer →
- Abstract
- De samenvatting van hooguit een paar honderd woorden waarmee elk wetenschappelijk artikel begint, bijna altijd in de vaste volgorde doel, methode, resultaten, conclusie. Je gebruikt het om te kiezen welke artikelen je verder leest, niet als bron voor wat je beweert. Lees meer →
- Academische ladder
- De vaste volgorde van functies aan een universiteit: promovendus, postdoc, universitair docent (UD), universitair hoofddocent (UHD) en hoogleraar. Hoger op de ladder betekent meer zelfstandigheid en meer verantwoordelijkheid voor geld, onderwijs en begeleiding. De ladder wordt naar boven toe snel smaller. Lees meer →
- Afbakening
- Het smaller maken van je onderzoek door vast te leggen over wie, wat, waar en wanneer het gaat. Hoe beter afgebakend, hoe dieper je antwoord kan gaan. Lees meer →
- Analyse van tekst- of beeldmateriaal
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je bestaand materiaal (artikelen, posts, reclames, foto’s, video’s) systematisch bestudeert met een analyseschema. Lees meer →
- Analytische uitspraak
- Een uitspraak die waar is op grond van de betekenis van de woorden zelf, zoals "alle vrijgezellen zijn ongetrouwd". Een van de twee tanden van de vork van Hume. Lees meer →
- Auteursrecht
- Het recht van de maker van een tekst, foto, figuur, filmpje of ander werk om te bepalen of en hoe anderen het mogen overnemen, verspreiden of openbaar maken. Het ontstaat vanzelf, ook zonder ©, en geldt tot zeventig jaar na de dood van de maker. Een bronvermelding voorkomt plagiaat, maar geeft niet vanzelf toestemming. Lees meer →
- Auteurvolgorde
- De volgorde van de namen boven een artikel. In de meeste vakgebieden deed de eerste auteur het meeste werk en is de laatste auteur de groepsleider; in economie en wiskunde staan namen vaak gewoon alfabetisch. Lees meer →
- Begripsrealisme
- De opvatting van Plato dat algemene begrippen — de volmaakte Ideeën — echt bestaan en los staan van de afzonderlijke dingen die je waarneemt. Lees meer →
- Belangenverstrengeling
- De situatie waarin een onderzoeker, of wie zijn onderzoek betaalt, belang heeft bij een bepaalde uitkomst. Het maakt onderzoek niet vanzelf fout, maar is een reden om de methode extra kritisch te lezen en onafhankelijke bevestiging te zoeken. Lees meer →
- Beschrijvend onderzoek
- Onderzoek met als functie te beschrijven hoe iets is. Kan puur beschrijvend, vergelijkend, definiërend of evaluerend zijn. Lees meer →
- Beschrijvend-definiërend onderzoek
- De functie van onderzoek waarbij je vastlegt wat een begrip betekent: welke kenmerken horen erbij en wat valt er wel en niet onder? Kernvraag: wat is het precies? Lees meer →
- Beschrijvend-evaluerend onderzoek
- De functie van onderzoek waarbij je iets beoordeelt aan de hand van vooraf vastgelegde criteria. Kernvraag: hoe goed is het, en waar wel en niet? Lees meer →
- Beschrijvend-vergelijkend onderzoek
- De functie van onderzoek waarbij je twee of meer gevallen op dezelfde manier beschrijft en vergelijkt. Kernvraag: wat zijn de overeenkomsten en verschillen? Lees meer →
- Betaalmuur
- Een artikel achter een betaalmuur (paywall) kun je alleen lezen na betaling, per artikel of via een abonnement. Van veel van deze artikelen bestaat ergens een gratis en legale versie. Lees meer →
- Betrouwbaar
- Een van de vier spelregels: onderzoek is betrouwbaar als het resultaat niet van toeval afhangt — wie het herhaalt, krijgt (ongeveer) hetzelfde resultaat. Lees meer →
- Bronvermelding
- Het vermelden waar informatie vandaan komt, bij alles wat je van een ander overneemt. Hoort bij de spelregel transparant. Lees meer →
- Citaatrecht
- Het recht uit de Auteurswet om een deel van een werk, ook een afbeelding, zonder toestemming over te nemen, als het werk openbaar is, het citaat jouw tekst ondersteunt, je niet meer overneemt dan nodig, je niets verandert en je de bron vermeldt. Lees meer →
- Citatie
- Een verwijzing van het ene wetenschappelijke artikel naar het andere. Het aantal citaties van een artikel laat zien hoeveel latere onderzoekers het hebben gebruikt, aangevuld of bekritiseerd — het zegt niet of het klopt. Lees meer →
- Cogito ergo sum
- "Ik denk, dus ik ben" — de enige zekerheid die overbleef toen Descartes aan alles twijfelde: wie twijfelt, moet bestaan om te kunnen twijfelen. Lees meer →
- Conclusie
- Het onderbouwde antwoord op je hoofdvraag; het eindresultaat van theoriegericht onderzoek. Lees meer →
- Controlegroep
- Een groep deelnemers die de "behandeling" die je onderzoekt níét krijgt, zodat je kunt vergelijken. Belangrijk hulpmiddel voor interne validiteit. Lees meer →
- Corresponderende auteur
- De auteur die de communicatie over een artikel verzorgt en vragen beantwoordt; meestal de eerste of de laatste auteur, gemarkeerd met een sterretje of envelopje. Lees meer →
- Creative Commons
- Een open licentie waarmee de maker vooraf toestemming geeft om een werk te gebruiken, onder voorwaarden die met codes worden aangegeven: BY (naamsvermelding), SA (gelijk delen), NC (niet commercieel) en ND (geen bewerkingen). CC0 betekent: geen rechten voorbehouden. Lees meer →
- Deelvraag
- Een kleinere vraag die helpt om de hoofdvraag te beantwoorden. Per deelvraag kies je een functie, soort en methode — zie de keuzedriehoek. Lees meer →
- Deep reading
- Het volledig, actief en kritisch lezen van een artikel: elke sectie, met aantekeningen en met de tabellen erbij, zodat je de methode kunt beoordelen en de conclusie zelf kunt controleren. Alleen voor de bronnen waar je een bewering op bouwt. Lees meer →
- Empirisme
- De opvatting dat alle kennis uiteindelijk uit zintuiglijke waarneming komt: zonder ervaring is er geen kennis. Lees meer →
- Enquête
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je veel mensen dezelfde (neutrale, meestal gesloten) vragen stelt, zodat je de antwoorden kunt tellen en vergelijken. Lees meer →
- Experimenteel onderzoek
- Een soort onderzoek waarbij je zelf één variabele verandert en al het andere gelijk houdt, om het effect te meten. Sterk in het aantonen van oorzaak en gevolg. Lees meer →
- Externe validiteit
- De mate waarin je conclusie ook geldt buiten je onderzoek: voor andere mensen, situaties en momenten (ook wel generaliseerbaarheid). Lees meer →
- Grotallegorie
- Het beeld waarmee Plato laat zien hoe mensen, vastgeketend in een grot, alleen schaduwen zien en die voor de werkelijkheid houden — zoals wij onze waarneming voor de werkelijkheid houden. Lees meer →
- H-index
- Maat voor de invloed van een onderzoeker: het grootste getal h waarvoor geldt dat minstens h van zijn artikelen elk minstens h keer geciteerd zijn. Groeit met de lengte van een loopbaan en verschilt sterk per vakgebied. Lees meer →
- Hawthorne-effect
- Het verschijnsel dat mensen hun gedrag aanpassen zodra ze weten dat ze onderzocht worden. Genoemd naar onderzoek in de Hawthorne-fabriek in de jaren twintig; hoe groot het effect is, staat ter discussie. Lees meer →
- Hoofdvraag
- De centrale vraag van je onderzoek. Bij theoriegericht onderzoek is het een kennisvraag, bij ontwerpgericht onderzoek een ontwerpvraag. Lees meer →
- Hoogleraar
- De hoogste trede op de academische ladder (in het Engels: full professor). Een hoogleraar bepaalt de koers van een vakgebied aan de universiteit, leidt een onderzoeksgroep en is vaak promotor van promovendi. Lees meer →
- Hypothese
- Je verwachte antwoord op je (deel)vraag, opgesteld vóórdat je gegevens verzamelt. Centraal in verklarend-toetsend onderzoek — en een hypothese die niet klopt is óók een geldig resultaat. Lees meer →
- Idealisme
- De opvatting van Berkeley dat er geen stoffelijke wereld bestaat buiten de waarneming om: zijn is waargenomen worden. Lees meer →
- Indicator
- Een waarneembaar en meetbaar kenmerk dat aangeeft hoe het met een begrip staat, zoals het aantal fouten op een aandachtstaak als indicator voor concentratie. Lees meer →
- Inductieprobleem
- De vaststelling dat je uit nog zoveel losse waarnemingen nooit met zekerheid een algemene regel kunt afleiden. De filosofische kern van externe validiteit. Lees meer →
- Interne validiteit
- De mate waarin de uitkomst van je onderzoek echt komt door wat je onderzocht, en niet door een storende variabele. Lees meer →
- Intersubjectieve kennis
- Kennis die voor een grote groep gemeenschappelijk is doordat onafhankelijke waarnemers tot hetzelfde komen. Het doel van wetenschappelijk onderzoek. Lees meer →
- Interview
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je met één of enkele personen dieper doorpraat over een onderwerp en kunt doorvragen naar het waarom. Lees meer →
- Kennisleer
- Kennisleer of epistemologie: het deel van de filosofie dat onderzoekt waar kennis vandaan komt en wanneer je iets écht mag weten. Lees meer →
- Kennisvraag
- Een hoofdvraag waarmee je iets te weten wilt komen: "Hoe zit het…?", "Welke invloed…?", "In hoeverre…?". Hoort bij theoriegericht onderzoek. Lees meer →
- Keuzedriehoek
- De drie keuzes die je per deelvraag maakt bij het opzetten van onderzoek: de functie, het soort onderzoek en de methode van gegevensverzameling. Lees meer →
- Kwalitatief onderzoek
- Onderzoek dat gegevens in woorden oplevert: meningen, ervaringen en verklaringen, meestal van een klein aantal mensen. Sterk in begrijpen waaróm iets zo is. Lees meer →
- Kwantitatief onderzoek
- Onderzoek dat gegevens in cijfers oplevert: aantallen, percentages en gemiddelden van een grote groep. Sterk in vergelijken en generaliseren. Lees meer →
- Literatuurmatrix
- Een tabel waarin elke bron een rij krijgt met dezelfde kolommen: wat de bron onderzocht, hoe, wat eruit kwam, hoe sterk het bewijs is en voor welke deelvraag jij hem gebruikt. Het geheugen van je literatuurstudie. Lees meer →
- Literatuuronderzoek
- Een soort onderzoek (ook wel bronnenonderzoek) waarbij je bestaande bronnen zoekt, op betrouwbaarheid beoordeelt en met elkaar vergelijkt. Bijna elk onderzoek begint ermee. Lees meer →
- Methodische twijfel
- De methode van Descartes: bewust alles verwerpen wat ook maar een beetje wankelt, niet om te eindigen bij niets, maar om een zeker fundament te vinden. Lees meer →
- Monisme
- De opvatting van Spinoza dat er niet een god én een wereld én losse geesten bestaan, maar één enkele substantie waarvan alles een verschijningsvorm is. Lees meer →
- Nominalisme
- De opvatting dat de essentie niet los van de dingen bestaat: er zijn alleen afzonderlijke dingen, en algemene begrippen zijn de namen die wij daaraan geven. Lees meer →
- Objectieve kennis
- Kennis over het object zelf: over hoe iets is, los van wie ernaar kijkt. Let op: cijfers maken iets nog niet objectief. Lees meer →
- Observatieschema
- Een vooraf gemaakt schema waarin staat wát je gaat turven of noteren tijdens een observatie (wie, wat, waar, wanneer). Maakt je observatie gericht en herhaalbaar. Lees meer →
- Observeren
- Een methode van gegevensverzameling waarbij je gedrag of situaties bekijkt en turft, zonder er zelf iets aan te veranderen. Lees meer →
- Ontwerpgericht onderzoek
- Onderzoek waarbij je een product maakt dat een probleem oplost. Het resultaat is een werkend ontwerp dat je toetst aan vooraf opgestelde eisen. Lees meer →
- Ontwerpvraag
- Een hoofdvraag waarmee je iets wilt maken: "Hoe kan ik … ontwerpen/maken/ontwikkelen dat …?". Hoort bij ontwerpgericht onderzoek. Lees meer →
- Open access
- Wetenschappelijke artikelen die gratis en legaal voor iedereen te lezen zijn, vaak met een Creative Commons-licentie. Herkenbaar aan een open slotje of het label Open Access. Lees meer →
- Operationaliseren
- Een begrip uit je vraag meetbaar maken: je legt vast wat je eronder verstaat, aan welke waarneembare kenmerken (indicatoren) je het herkent en met welk meetinstrument en welke meetregel je die meet. Lees meer →
- Overzichtsartikel
- Een artikel dat geen eigen meting doet, maar het bestaande onderzoek over een onderwerp samenvat en ordent (Engels: review). Het beste startpunt als je nog niets van een onderwerp weet, en een goede bron om vanuit te sneeuwballen. Lees meer →
- Peer review
- De controle van een artikel door onafhankelijke vakgenoten vóór publicatie: zij beoordelen of de methode deugt en of de conclusie uit de gegevens volgt. Geen garantie, wel de minimale drempel voor een betrouwbare bron. Lees meer →
- Plagiaat
- Werk of ideeën van een ander presenteren alsof ze van jou zijn, zonder bronvermelding. Schendt de spelregels transparant en aanvaardbaar. Lees meer →
- Portretrecht
- Het recht van iemand die herkenbaar op een foto of in een video staat om iets te zeggen over het openbaar maken van dat beeld. Maak je bij onderzoek opnamen van deelnemers, vraag dan vooraf toestemming, ook voor publicatie. Lees meer →
- Postdoc
- Een onderzoeker die al gepromoveerd is en op een tijdelijk contract, vaak een tot drie jaar, werkt in het onderzoeksproject van een ander. De trede tussen promovendus en universitair docent. Lees meer →
- Preprint
- Een versie van een artikel die de auteurs online zetten (bijvoorbeeld op arXiv of bioRxiv) voordat het door vakgenoten is beoordeeld. Actueel maar ongecontroleerd: vermeld dat erbij en lees de methode extra kritisch. Lees meer →
- Primaire en secundaire eigenschappen
- Het onderscheid van Locke: primaire eigenschappen zitten in het voorwerp zelf (omvang, vorm, aantal, beweging), secundaire ontstaan pas in de waarnemer (kleur, geur, smaak, geluid). Lees meer →
- Proefschrift
- Het boek waarin een promovendus jaren zelfstandig onderzoek beschrijft, vaak een bundeling van drie tot vijf artikelen met een inleiding en een slothoofdstuk. Een commissie keurt het goed; daarna volgt de openbare verdediging. Proefschriften zijn meestal gratis te downloaden en een goede bron voor je literatuuronderzoek. Lees meer →
- Promotor
- De eindverantwoordelijke begeleider van een promovendus: een hoogleraar, of een universitair hoofddocent met promotierecht. De promotor beslist samen met de promotiecommissie of het proefschrift goed genoeg is. De dagelijkse begeleiding ligt vaak bij een copromotor. Lees meer →
- Promovendus
- Een beginnende onderzoeker die al een master heeft en in een paar jaar, meestal vier, zelfstandig onderzoek doet en dat opschrijft in een proefschrift. In Nederland is een promovendus meestal in dienst van de universiteit en krijgt salaris. In het Engels: PhD candidate. Lees meer →
- Promoveren
- Het behalen van de graad van doctor: je doet zelfstandig wetenschappelijk onderzoek, schrijft een proefschrift en verdedigt het in een openbare zitting. Daarna mag je de titel dr. voeren. Lees meer →
- Prototype
- Een eerste, testbare versie van je ontwerp. Hoeft nog niet af of mooi te zijn — het gaat erom dat je ermee kunt testen of je oplossing werkt. Lees meer →
- Puur beschrijvend onderzoek
- De functie van onderzoek waarbij je een situatie in kaart brengt zoals die is, zonder te vergelijken, te beoordelen of te verklaren. Kernvraag: hoe is het? Lees meer →
- Rationalisme
- De opvatting dat kennis uit ervaring onbetrouwbaar is en dat alleen het denken — de rede, zonder waarneming — betrouwbare kennis oplevert. Lees meer →
- Representatief
- Een groep deelnemers is representatief als die lijkt op de hele groep waarover je iets wilt zeggen. Belangrijk voor valide onderzoek en externe validiteit. Lees meer →
- Retractie
- Het officieel terugtrekken van een al gepubliceerd artikel door het tijdschrift, omdat het ernstige fouten bevat of op fraude berust. Ingetrokken artikelen staan in de Retraction Watch Database; één retractie is geen patroon, meerdere wel. Lees meer →
- Scepticisme
- De opvatting dat je niets voor 100% zeker kunt weten: elke bron van kennis kan je in principe bedriegen. Geen vrijbrief om alle onderzoek weg te wuiven. Lees meer →
- Skimmen
- Het snel doorlopen van een heel artikel zonder alles te lezen: de laatste alinea van de inleiding, de kopjes, de figuren en tabellen, de conclusie en de literatuurlijst. Doel is plaatsen, niet begrijpen: verdient dit artikel een grondige lezing? Lees meer →
- Sneeuwbalmethode
- Zoekmethode waarbij je niet met zoektermen werkt maar vanuit één goed artikel: achteruit door zijn literatuurlijst na te lopen, vooruit door te kijken wie het sindsdien heeft geciteerd. Lees meer →
- Storende variabele
- Een factor die je níét onderzoekt maar wel de uitkomst beïnvloedt, waardoor je niet weet waar het resultaat door komt. Bedreigt de interne validiteit. Lees meer →
- Sturende vraag
- Een vraag die het antwoord al voorzegt, zoals “Waarom is het nieuwe rooster slecht?” of “Vind je ook niet dat…?”. Maakt zowel een hoofdvraag als een enquêtevraag onbruikbaar. Lees meer →
- Subjectieve kennis
- Kennis die bepaald wordt door het oordeel van het subject. Niet waardeloos: kwalitatief onderzoek verzamelt juist doelbewust subjectieve gegevens. Lees meer →
- Syllogistiek
- De sluitredenering in drie stappen die Aristoteles ontwierp: alle mensen zijn sterfelijk; Socrates is een mens; dus Socrates is sterfelijk. Lees meer →
- Synthetische uitspraak
- Een uitspraak die pas waar of onwaar blijkt door waarneming, zoals "het regent vandaag". De tweede tand van de vork van Hume. Lees meer →
- Tabula rasa
- Het beeld dat Locke gebruikte voor de pasgeboren geest: een onbeschreven blad, want er zijn geen aangeboren ideeën, alles komt via de zintuigen binnen. Lees meer →
- Tenure track
- Een tijdelijke aanstelling, meestal voor een universitair docent, met vooraf afgesproken doelen zoals publicaties, een beurs en goed onderwijs. Haal je de doelen, dan krijg je een vast contract (tenure); haal je ze niet, dan stopt het contract. Lees meer →
- Theoriegericht onderzoek
- Onderzoek waarbij je iets te weten wilt komen: hoe iets in elkaar zit, waarom iets gebeurt of wat het effect van iets is. Het resultaat is een onderbouwde conclusie. Lees meer →
- Transparant
- Een van de vier spelregels: onderzoek is transparant als een ander precies kan nagaan wat je hebt gedaan — methode beschreven, bronnen vermeld, gegevens zichtbaar. Lees meer →
- Universele grammatica
- De aangeboren aanleg voor taalstructuur die volgens Chomsky verklaart hoe kinderen uit weinig en rommelige input razendsnel een taal leren. Omstreden, en daarom een onderzoekbare vraag. Lees meer →
- Valide
- Een van de vier spelregels: onderzoek is valide als je echt meet wat je wilt weten — passende methode, juiste groep, neutrale vragen en geen grotere conclusies dan je gegevens toelaten. Lees meer →
- Variabele
- Iets wat kan verschillen of veranderen in je onderzoek. Bij een experiment verander je zelf één variabele en houd je de rest gelijk; een variabele die je níét onderzoekt maar wel meespeelt, heet een storende variabele. Lees meer →
- Veldonderzoek
- Een soort onderzoek waarbij je gegevens verzamelt in de echte situatie, bijvoorbeeld door te observeren, enquêteren, interviewen of meten op locatie. Lees meer →
- Verklarend onderzoek
- Onderzoek met als functie te verklaren waaróm iets zo is. Kan explorerend zijn (mogelijke verklaringen opsporen) of toetsend (één hypothese gericht toetsen). Lees meer →
- Verklarend-explorerend onderzoek
- De functie van onderzoek waarbij je weet dát iets zo is, maar open zoekt naar mogelijke verklaringen. De opbrengst is vaak een hypothese voor vervolgonderzoek. Lees meer →
- Verklarend-toetsend onderzoek
- De functie van onderzoek waarbij je al een verwachte verklaring hebt, een hypothese, en gericht onderzoekt of die klopt. Kernvraag: klopt deze verklaring? Lees meer →
- Vooraf opgestelde eisen
- De lijst met eisen waaraan je ontwerp moet voldoen, opgesteld vóórdat je gaat ontwerpen. Aan het einde toets je je ontwerp aan deze eisen. Lees meer →
- Vork van Hume
- De indeling van Hume van alle zinvolle uitspraken in analytische (a priori) en synthetische (a posteriori); de namen zelf zijn later door Kant bedacht. Wat in geen van beide vakken past, noemde Hume onzin. Lees meer →