De academische ladder
De academische ladder is de vaste volgorde van functies aan een universiteit: promovendus, postdoc, universitair docent, universitair hoofddocent en hoogleraar. De postdoc is een tussenstap die niet iedereen zet. Wie hoger op de ladder staat, bedenkt meer zelf, begeleidt meer anderen en is verantwoordelijk voor geld, onderwijs en een eigen onderzoekslijn.
De treden
| Trede | Engelse naam | Wat doe je? | Contract |
|---|---|---|---|
| Promovendus | PhD candidate | Je eerste eigen onderzoek, onder begeleiding; aan het eind schrijf je een proefschrift (promoveren) | Tijdelijk, meestal vier jaar |
| Postdoc | Postdoctoral researcher | Na je promotie onderzoek doen in het project van een ander; ervaring en publicaties opbouwen | Tijdelijk, vaak een tot drie jaar |
| Universitair docent (UD) | Assistant professor | Eigen onderzoek én onderwijs geven; je begint een eigen onderzoekslijn | Vaak eerst tijdelijk (tenure track), daarna vast |
| Universitair hoofddocent (UHD) | Associate professor | Een eigen onderzoekslijn leiden, geld binnenhalen, promovendi begeleiden | Vast |
| Hoogleraar | (Full) professor | Een vakgebied leiden: koers bepalen, een groep aansturen, als promotor promovendi begeleiden | Vast |
Daarnaast kom je nog drie namen tegen:
- Bijzonder hoogleraar: een hoogleraar die meestal een dag per week aan de universiteit werkt, op een leerstoel die betaald wordt door een fonds, bedrijf of organisatie. Kijk bij zo iemand extra goed wie er betaalt.
- Emeritus: een hoogleraar die met pensioen is: nog verbonden aan de universiteit, vaak nog schrijvend, maar zonder vaste taken.
- Lector: de leider van een onderzoeksgroep aan een hogeschool. Hogescholen hebben geen promovendi en hoogleraren, maar doen wel praktijkgericht onderzoek.
Hoe je een trede hoger komt
Een trede hoger kom je niet automatisch, door jaren te tellen. Je solliciteert op een vacature of wordt bevorderd als je aan eisen voldoet. Wat telt:
- Publicaties: artikelen in tijdschriften met peer review, en hoe vaak anderen ze citeren.
- Geld: onderzoek kost geld, en een groot deel daarvan moet je zelf binnenhalen met beurzen. De bekendste in Nederland zijn de Veni, Vidi en Vici van NWO, de nationale organisatie die onderzoeksgeld verdeelt: drie beurzen voor drie fasen van je loopbaan, van ruim drie ton voor een pas gepromoveerde onderzoeker tot anderhalf miljoen euro voor een ervaren onderzoeker die een eigen groep opbouwt.
- Onderwijs: colleges geven, scripties begeleiden, een vak opzetten.
- Begeleiding en leiding: promovendi begeleiden, een groep aansturen, meedraaien in commissies.
Tenure track
Veel universiteiten nemen een universitair docent eerst aan op een tenure track: een tijdelijk contract van een paar jaar met vooraf afgesproken doelen, zoals een aantal publicaties, een beurs of goede onderwijsevaluaties. Haal je de doelen, dan krijg je een vast contract (tenure), vaak met een bevordering erbij. Haal je ze niet, dan stopt het contract.
Een smalle ladder
De ladder wordt naar boven toe snel smaller. Volgens het Rathenau Instituut, dat cijfers over de wetenschap bijhoudt, waren er in 2025 aan de Nederlandse universiteiten ongeveer:
| Trede | Aantal (in voltijdbanen) |
|---|---|
| Promovendi | 12.300 |
| Universitair docenten | 6.900 |
| Universitair hoofddocenten | 3.400 |
| Hoogleraren | 3.200 |
Er zijn dus veel meer promovendi dan vaste plekken. Ongeveer drie op de tien gepromoveerden blijven aan een universiteit werken; de rest gaat daarbuiten aan de slag, bij de overheid, in het bedrijfsleven, in het onderwijs of in de zorg. Dat is geen mislukking; een promotie leert je zelfstandig onderzoek doen, en dat is ook buiten de universiteit veel waard. Maar het betekent wel dat jonge onderzoekers jarenlang op tijdelijke contracten werken, met de onzekerheid die daarbij hoort.
Een hoogleraar weet veel van een smal vakgebied, niet van alles. En wie het onderzoek in een artikel echt heeft uitgevoerd, staat vaak onderaan de ladder: de promovendus die als eerste auteur op het artikel staat. Gebruik de trede om iemand in te schatten, niet om een argument te winnen.
Je ziet dat de eerste auteur promovendus is en de laatste auteur hoogleraar, en begrijpt daaruit dat de promovendus het onderzoek uitvoerde en de hoogleraar het begeleidde.
Je noemt een postdoc ‘een student die nog bezig is’ en neemt het artikel daarom minder serieus — terwijl een postdoc al gepromoveerd is.
Lang telde bij een bevordering vooral één ding: hoeveel artikelen iemand had gepubliceerd, en in hoe gerenommeerde tijdschriften. In 2021 maakte de Universiteit Utrecht bekend dat ze bij het aannemen en bevorderen van onderzoekers niet meer naar de impactfactor van tijdschriften zou kijken: een getal dat zegt hoe vaak artikelen in een tijdschrift gemiddeld worden geciteerd, maar niets over dít artikel van díe onderzoeker. In plaats daarvan zou Utrecht kijken naar de kwaliteit van het werk, naar onderwijs, teamwerk en open wetenschap. Het besluit maakte deel uit van een landelijke beweging, Erkennen en waarderen, en leidde tot felle discussie: voorstanders zagen eindelijk ruimte voor goed onderwijs en samenwerking, tegenstanders vreesden dat beoordelen nu vager en willekeuriger zou worden.
Wat je hiervan leert: wat er op de ladder telt, is een afspraak die verandert. Een getal als de h-index of de impactfactor meet een stukje van wat een onderzoeker doet, niet het geheel.
Hangt samen met
- Promoveren — de eerste trede van dichtbij
- Een onderzoeker onderzoeken — de functie van een auteur als eerste check
- Auteurvolgorde — waar je de treden terugziet in een artikel
- H-index — een van de getallen waarmee onderzoekers worden beoordeeld