H-index
De h-index van een onderzoeker is het grootste getal h waarvoor geldt: minstens h artikelen van die onderzoeker zijn elk minstens h keer geciteerd. Een h-index van 20 betekent dus: twintig artikelen met elk twintig of meer citaties. De maat werd in 2005 bedacht door de natuurkundige Jorge Hirsch.
Zo reken je hem uit
Zet de artikelen van een onderzoeker op volgorde van aantal citaties, van hoog naar laag:
| Artikel | Citaties |
|---|---|
| 1 | 48 |
| 2 | 31 |
| 3 | 19 |
| 4 | 9 |
| 5 | 4 |
| 6 | 1 |
Artikel 3 heeft 19 citaties — meer dan 3, dus die telt. Artikel 4 heeft er 9 — meer dan 4, telt ook. Artikel 5 heeft er 4 — dat is niet minstens 5. De h-index is dus 4. Het getal combineert productie (veel artikelen) met invloed (veel citaties): met honderd nauwelijks geciteerde artikelen kom je er niet, en met één beroemd artikel ook niet.
Waar je hem voor gebruikt
Als je twee onderzoekers over hetzelfde onderwerp tegenkomt en wilt weten wie de gevestigde naam is, geeft de h-index een snel beeld. Google Scholar toont hem op de profielpagina van een auteur.
Waarom je er voorzichtig mee moet zijn
- Hij kan alleen groeien. Een onderzoeker van zestig heeft altijd een hogere h-index dan een van dertig, ook als die dertiger beter werk levert.
- Hij verschilt per vak. In de biomedische wetenschappen zijn getallen van 50 en hoger gewoon; in de wiskunde of de geschiedenis is 15 al veel.
- Hij zegt niets over dít artikel. Een gerenommeerde onderzoeker kan een zwak artikel schrijven en een onbekende een briljant.
- Hij is te sturen. Wie zichzelf veel citeert of met vaste collega's over en weer citeert, drijft het getal op.
Je gebruikt de h-index als hulpmiddel om te zien wie in dit vakgebied de gevestigde namen zijn, en beoordeelt het artikel zelf op zijn methode.
Je kiest een bron omdat de auteur ‘een h-index van 60 heeft’ zonder te kijken of dit specifieke artikel over jouw vraag gaat.
Peter Higgs voorspelde in 1964 het deeltje dat bijna vijftig jaar later in CERN werd gevonden en hem in 2013 de Nobelprijs voor natuurkunde opleverde. Na dat ene artikel publiceerde hij nog geen tien stukken. In een interview rond de prijsuitreiking zei hij dat een universiteit hem tegenwoordig niet meer zou aannemen: hij zou "niet productief genoeg" zijn. Zijn h-index was voor zijn generatie natuurkundigen inderdaad laag — terwijl zijn werk het vakgebied een halve eeuw bezighield.
Wat je hiervan leert: een getal dat productie en citaties samenvoegt, mist precies de onderzoeker met één ontdekking die alles verandert. Gebruik de h-index als eerste indruk, nooit als eindoordeel.
Hangt samen met
- Citaties — de bouwsteen van de h-index
- Peer review — de controle die per artikel plaatsvindt, niet per persoon
- Objectieve kennis — een getal is niet vanzelf een objectief oordeel