Ga naar hoofdinhoud

Hypothese

Het idee van Karl Popper over weerlegbare hypotheses is gebaseerd op Le Coultre, E.-A. (2007). Ik denk: Cogito. Inleiding in de filosofie, hoofdstuk 5, Wetenschapsfilosofie. Veen Magazines. De tekst, voorbeelden en oefeningen op deze pagina zijn een eigen uitwerking.

Definitie

Een hypothese is een onderbouwde verwachting over het antwoord op een deelvraag. Je schrijft hem op vóórdat je gegevens verzamelt, en hij is zo geformuleerd dat je onderzoek hem kan bevestigen of weerleggen.

In gewone taal: wat je verwacht dat eruit komt, en waarom — zo opgeschreven dat je onderzoek kan laten zien of je gelijk had.

Bij welke deelvragen?​

Niet elke deelvraag heeft een hypothese nodig. Het hangt af van de functie:

Functie van de deelvraagHypothese?Waarom
DefiniërendNeeJe legt iets vast; er valt niets te verwachten
Puur beschrijvendMag, hoeft nietEen verwachting ("ik verwacht dat meer dan de helft…") kan, maar je brengt vooral in kaart
VergelijkendVaak welJe kunt verwachten welke groep hoger of lager uitkomt
EvaluerendNeeDe criteria die je vooraf vastlegt, doen hier het werk
ExplorerendNeeJe zoekt juist nog naar verklaringen; een hypothese is hier de opbrengst
ToetsendAltijdZonder hypothese valt er niets te toetsen

Bij ontwerpgericht onderzoek formuleer je geen hypothese maar vooraf opgestelde eisenVooraf opgestelde eisen — De lijst eisen waaraan je ontwerp moet voldoen, opgesteld vóórdat je gaat ontwerpen. Klik voor meer →. Die spelen dezelfde rol: je legt vóóraf vast waaraan je straks gaat toetsen.

Vraagt de handleiding van jouw school om een hypothese bij elke deelvraag, volg dan die afspraak.

Zo formuleer je hem​

Twee vormen die allebei werken:

  • Ik verwacht dat … omdat … Ik verwacht dat leerlingen die korter dan zeven uur slapen meer fouten maken op een aandachtstaak dan leerlingen die langer slapen, omdat eerder onderzoek laat zien dat slaaptekort de aandacht vermindert.
  • Als … dan … Als leerlingen korter dan zeven uur slapen, dan maken ze meer fouten op de aandachtstaak.

Het "omdat" is geen versiering: daar laat je zien dat je verwachting uit je literatuuronderzoek komt en niet uit de lucht valt.

Vier eisen​

EisBetekentZo niet
ToetsbaarJe gegevens kunnen laten zien of hij kloptSlaap is belangrijk voor leerlingen.
Met richtingJe zegt wélk verschil of verband je verwachtSlaap en concentratie hangen samen.
Kan sneuvelenEr is een uitkomst denkbaar die hem weerlegtSlaap kan soms invloed hebben op concentratie.
OnderbouwdHij volgt uit wat je al weet uit bronnen…omdat ik dat denk.

De derde eis is de strengste. Een hypothese met "kan", "soms" of "misschien" klopt altijd, wat er ook uitkomt — en zegt daardoor niets. De filosoof Karl Popper maakte dit tot kern van de wetenschap: een uitspraak die door geen enkele waarneming weerlegd kan worden, is geen wetenschappelijke uitspraak. Het was zijn antwoord op het inductieprobleem: bewijzen dat iets altijd klopt kan niet, maar laten zien dat iets níét klopt wel.

Valkuil: achteraf je hypothese aanpassen

Het is verleidelijk om na het meten je hypothese zo te herschrijven dat hij bij de uitkomst past. Dat mag niet: dan heb je niets getoetst, alleen iets beschreven wat je al wist. Schrijf je hypothese op vóór je begint, laat hem staan, en rapporteer eerlijk of hij klopte. Dat hoort bij aanvaardbaar en transparant werken.

Een verworpen hypothese is winst

"Mijn hypothese klopt niet" is een volwaardige uitkomst. Je weet nu iets wat je eerst niet wist — en je kunt in je discussie nadenken over waarom het anders uitpakte dan je verwachtte.

✓ Dit is het wél

‘Ik verwacht dat brugklassers gemiddeld meer schermtijd hebben dan bovenbouwleerlingen, omdat landelijk onderzoek laat zien dat schermtijd onder jonge tieners het hoogst is.’ — toetsbaar, met richting, kan sneuvelen, onderbouwd.

✗ Dit is het níét

‘Schermtijd heeft misschien invloed op leerlingen.’ — geen richting, en met ‘misschien’ kan hij nooit sneuvelen.

Hangt samen met​