Deelvragen
Deelvragen zijn kleinere vragen die je hoofdvraag opdelen in stappen. Elke deelvraag beantwoord je apart, met een eigen aanpak; samen vormen de antwoorden het antwoord op de hoofdvraag.
Zo maak je deelvragen
Bij een kennisvraag loop je de hoofdvraag langs met drie vragen:
- Welke begrippen moet ik eerst vastleggen? Staat er "concentratie" of "gezond" in je hoofdvraag, dan heb je een definiërende deelvraag nodig: wat versta je eronder, en hoe meet je het?
- Wat moet ik weten over hoe het nu is? Dat worden beschrijvende of vergelijkende deelvragen.
- Wat moet ik weten over waarom, of over het effect? Dat worden verklarende deelvragen.
Bij een ontwerpvraag is het patroon bijna altijd hetzelfde:
- Wat is het probleem precies, en voor wie?
- Welke oplossingen bestaan er al, en wat werkt daaraan?
- Aan welke eisen moet mijn ontwerp voldoen?
- In hoeverre voldoet mijn prototype aan die eisen?
Voor een profielwerkstuk zijn drie tot zes deelvragen meestal genoeg. Per deelvraag maak je daarna de keuzes van de keuzedriehoek: welke functie, welk soort onderzoek, welke methode. Bij vergelijkende en toetsende deelvragen schrijf je een hypothese, en elk begrip dat je gaat meten operationaliseer je.
Vier eisen
- Samen dekken ze de hoofdvraag. Als je ze allemaal beantwoord hebt, weet je het antwoord op de hoofdvraag. Niet minder, maar ook niet meer.
- Elk is los te beantwoorden. Een deelvraag is één stap, met één duidelijke aanpak. Heb je er een experiment én een literatuurstudie voor nodig, dan zijn het waarschijnlijk twee deelvragen.
- Ze overlappen niet. Twee deelvragen die bijna hetzelfde vragen, kosten dubbel werk en leveren één antwoord.
- Ze staan in een logische volgorde. Meestal eerst definiëren, dan beschrijven, dan verklaren of evalueren. Het antwoord op de ene deelvraag heb je vaak nodig voor de volgende.
Twee fouten komen steeds terug. De kopie: een deelvraag die de hoofdvraag herhaalt in andere woorden ("Wat is de invloed van slaap op concentratie?"). Daarmee heb je niets opgedeeld. De zijstraat: een deelvraag die interessant is maar niets bijdraagt aan het antwoord ("Hoeveel slapen hun ouders?"). Toets elke deelvraag: kan ik hem schrappen zonder dat het antwoord op mijn hoofdvraag wankelt? Dan hoort hij er niet in.
Hoofdvraag over slaap en concentratie in 4-havo; deelvraag: ‘Hoe kun je concentratie in een klaslokaal meten?’ — een noodzakelijke eerste stap.
Dezelfde hoofdvraag; deelvraag: ‘Wat is het verband tussen slaap en concentratie?’ — dat is de hoofdvraag nog een keer.
Hangt samen met
- Hoofdvraag — de vraag die je opdeelt
- Hoofd- en deelvragen samen — uitgewerkte voorbeelden en oefeningen
- De keuzedriehoek — wat je per deelvraag kiest
- Functies van onderzoek — de zes soorten deelvragen
- Hypothese en operationaliseren — de volgende stappen per deelvraag