Hoofd- en deelvragen samen
Het verband in één zin: de hoofdvraagHoofdvraag — De centrale vraag van je onderzoek: een kennisvraag (theoriegericht) of een ontwerpvraag (ontwerpgericht). Klik voor meer → zegt wát je wilt weten of maken, de deelvragenDeelvraag — Een kleinere vraag die helpt om de hoofdvraag te beantwoorden; per deelvraag kies je functie, soort en methode. Klik voor meer → zeggen in welke stappen je daar komt — en de antwoorden op de deelvragen moeten samen precies het antwoord op de hoofdvraag opleveren.
Naast elkaar
| Hoofdvraag | Deelvragen | |
|---|---|---|
| Hoeveel? | Eén | Meestal drie tot zes |
| Wat doet hij? | Zegt wat je hele onderzoek wil weten of maken | Deelt dat op in stappen die je los kunt beantwoorden |
| Welke keuze hoort erbij? | Het type: kennisvraag of ontwerpvraag | Per deelvraag een driehoek: functie, soort onderzoek, methode |
| Waar komt het antwoord? | In je conclusie | In je resultaten, per deelvraag |
| Typische fout | Te breed, gesloten of sturend | Herhaalt de hoofdvraag, of gaat een zijstraat in |
| Wat komt erbij? | Een aanleiding en een afbakening | Bij vergelijkende en toetsende deelvragen een hypothese; bij alles wat je meet een operationalisatie |
Twee uitgewerkte voorbeelden
Theoriegericht. In hoeverre hangt de slaapduur van 4-havoleerlingen op onze school samen met hun concentratie in het eerste lesuur?
| Deelvraag | Functie |
|---|---|
| 1. Wat verstaan we onder concentratie, en hoe kun je die in een klas meten? | Definiërend |
| 2. Hoe lang slapen 4-havoleerlingen op doordeweekse nachten? | Puur beschrijvend |
| 3. Hoe goed concentreren zij zich in het eerste lesuur? | Puur beschrijvend |
| 4. Verschilt de concentratie tussen leerlingen die kort en die lang slapen? | Vergelijkend |
Zet je de antwoorden naast elkaar, dan heb je je conclusie. Let wel op het woord samenhang in de hoofdvraag: dat twee dingen samen voorkomen, bewijst nog niet dat het een het ander veroorzaakt. Zie interne validiteit.
Twee dingen maken deze deelvragen klaar voor de uitvoering. Bij deelvraag 4 hoort een hypothese: ik verwacht dat leerlingen die korter dan zeven uur slapen zich slechter concentreren, omdat eerder onderzoek laat zien dat slaaptekort de aandacht vermindert. En deelvraag 1 is het begin van operationaliseren: pas als je weet hoe je concentratie meet, kun je deelvraag 3 en 4 beantwoorden.
Ontwerpgericht. Hoe kan ik een planningsapp ontwerpen waarmee 4-havoleerlingen hun huiswerk beter over de week verdelen?
| Deelvraag | Functie |
|---|---|
| 1. Hoe plannen 4-havoleerlingen nu hun huiswerk, en waar loopt het mis? | Explorerend |
| 2. Welke planningsapps bestaan er al, en hoe goed passen die bij 4-havoleerlingen? | Evaluerend |
| 3. Aan welke eisen moet mijn app voldoen volgens leerlingen en mentoren? | Definiërend — je legt vast wat "goed" is |
| 4. In hoeverre voldoet mijn prototype aan die eisen? | Evaluerend |
Hier volgt de conclusie niet uit het naast elkaar zetten, maar uit deelvraag 4: het antwoord op de hoofdvraag is je ontwerp, getoetst aan de eisen uit deelvraag 3.
De controle: werken je deelvragen?
Leg je lijstje naast deze vier vragen:
- Als ik alle deelvragen beantwoord, weet ik dan het antwoord op mijn hoofdvraag? Zo niet: welke stap mist er?
- Draagt elke deelvraag iets bij? Kun je er een schrappen zonder dat het antwoord op de hoofdvraag wankelt, dan is het een zijstraat.
- Herhaalt geen enkele deelvraag de hoofdvraag? Dan heb je die niet opgedeeld, alleen gekopieerd.
- Staan ze in een logische volgorde? Meestal eerst definiëren, dan beschrijven, dan verklaren of evalueren.
Oefenen: wat is er mis met deze hoofdvraag?
1Heeft muziek invloed op de concentratie?
2Hoe gebruiken jongeren sociale media?
3Waarom is de nieuwe kantine een verbetering voor leerlingen?
4Hoeveel leerlingen fietsen naar school en wat vinden docenten van het rooster?
5Wat is het effect van tien jaar schermtijd op de hersenontwikkeling van kinderen?
Oefenen: hoort deze deelvraag erbij?
Hoofdvraag: In hoeverre hangt de slaapduur van 4-havoleerlingen samen met hun concentratie in het eerste lesuur?
1Hoe lang slapen 4-havoleerlingen op doordeweekse nachten?
2Hangt de slaapduur van 4-havoleerlingen samen met hun concentratie?
3Hoeveel uur slapen hun ouders?
4Hoe kun je concentratie in een klaslokaal meten?
5Hoe laat gingen scholieren honderd jaar geleden naar bed?
Oefenen: wat is er mis met deze hypothese?
1Slaap is belangrijk voor scholieren.
2Slaapduur en concentratie hangen met elkaar samen.
3Misschien concentreren leerlingen die kort slapen zich soms slechter.
4Ik verwacht dat leerlingen met een rode fiets beter presteren, omdat ik dat een leuk idee vind.
5Ik verwacht dat leerlingen die korter dan zeven uur slapen meer fouten maken op een aandachtstaak, omdat eerder onderzoek laat zien dat slaaptekort de aandacht vermindert.
Aan de slag
Snel aan de slag? In de werkvorm Vragenkaartjes schrijf je je hoofdvraag en deelvragen op kaartjes en toets je ze in een half lesuur. Uitgebreider is Scherp je vraag: daar maak je van je eigen onderwerp een hoofdvraag, laat je die beoordelen door een klasgenoot, en werk je hem uit tot deelvragen en een operationalisatie.
Hangt samen met
- Theoriegericht vs. ontwerpgericht — de keuze die bepaalt wat voor hoofdvraag je stelt
- De keuzedriehoek — wat je per deelvraag kiest
- Functies van onderzoek — waaraan je ziet wat een deelvraag moet doen