Ga naar hoofdinhoud

Experimenteel onderzoek

Definitie

Bij een experiment verander je zelf één ding (de variabele die je onderzoekt) en houd je al het andere gelijk. Daarna meet je wat het effect is. Meestal vergelijk je met een controlegroepControlegroep — Een groep die de "behandeling" níét krijgt, zodat je kunt vergelijken. Klik voor meer → die de verandering niet krijgt.

In gewone taal: jij verandert zelf precies één ding en kijkt wat er dan gebeurt.

Voorbeelden​

  • Je laat tuinkers kiemen bij veel, weinig en geen licht — met voor de rest precies dezelfde aarde, water en temperatuur.
  • De ene groep leerlingen leert een woordjeslijst met muziek, de andere zonder; daarna krijgen beide dezelfde overhoring op hetzelfde moment.
  • Je test twee versies van je app: de helft van de testers krijgt versie A, de andere helft versie B (zonder dat ze weten welke).

Sterk en zwak​

Sterk in: oorzaak en gevolg aantonen. Omdat je alles gelijk houdt behalve één ding, weet je waar een verschil door komt — een hoge interne validiteit. Voorwaarde: je verdeelt de deelnemers door loting over de groepen. Laat je ze zelf kiezen, dan verschillen de groepen al vóór het experiment, en weet je niet meer waar het verschil door komt.

Let op

Een experiment is een kunstmatige situatie. Wat in een stil lokaal werkt, werkt niet automatisch in het echte leven — de externe validiteit is vaak lager. En betrouwbaarheid vraagt om herhalen: één meting is geen meting.

✓ Dit is het wél

Je loot welke helft van de klas mét en welke zónder muziek leert; verder is alles gelijk.

✗ Dit is het níét

Vragen wie thuis met muziek leert en dan cijfers vergelijken — je verandert zelf niets, dat is veldonderzoek.

Hangt samen met​