Ga naar hoofdinhoud

Vragenkaartjes

Naam:  .........................................     Klas:  ..................

Voor de docent — duur, groepsvorm, beoordeling

Duur: 30 tot 45 minuten.

Groepsvorm: iedere leerling schrijft de eigen kaartjes; het toetsen gebeurt in tweetallen. Werken leerlingen in een groepje aan één profielwerkstuk, dan doet het groepje het samen.

Nodig: het kaartjesvel en de toetskaart (twee A4, liefst op stevig papier) en een schaar. Geen printer bij de hand? Gewone systeemkaartjes of plakbriefjes werken net zo goed: één groot kaartje of briefje voor de hoofdvraag, kleinere voor de deelvragen.

Tijdsindeling: oefenset (5 min) · stap 1 schrijven (10 min) · stap 2 neerleggen (5 min) · stap 3 tot en met 5 toetsen (15 min) · stap 6 raadtest (5 min).

Beoordeling: niet nodig; dit is een oefening om de vraag beter te maken. Kijk rond: wordt er geschoven, geschrapt en herschreven? Dan werkt het. Een leerling die niets verandert, heeft de toetskaart waarschijnlijk te snel afgevinkt.

Klassikale variant: werk één onderzoek uit op het bord met plakbriefjes, en laat de klas de toetskaart hardop langslopen.

Printen: de knop bovenaan drukt het kaartjesvel en de toetskaart af, elk op een eigen A4.

Waar gaat dit over?​

Een hoofdvraag met deelvragen ziet er op papier vaak prima uit — tot je de deelvragen los van elkaar bekijkt. In deze werkvorm schrijf je elke vraag op een eigen kaartje. Kaartjes kun je neerleggen, verschuiven, weghalen en bijschrijven. Zo zie je in één oogopslag of je vragen samen een kloppend geheel vormen.

Je toetst op drie niveaus: de hoofdvraag zelf, elke deelvraag los, en de samenhang ertussen.

Eerst oefenen: wat klopt hier niet?​

Lees deze set en zoek de drie problemen. Kijk daarna pas naar de uitwerking.

Hoofdvraag: In hoeverre hangt telefoongebruik tijdens het huiswerk samen met de cijfers van 4-havoleerlingen?

  1. Hoeveel 4-havoleerlingen gebruiken hun telefoon tijdens het huiswerk?
  2. Welke samenhang is er tussen telefoongebruik tijdens het huiswerk en cijfers?
  3. Hoeveel uur per dag zitten volwassenen op hun telefoon?
  4. Verschillen de cijfers van leerlingen die wel en die niet hun telefoon gebruiken tijdens het huiswerk?
Bekijk de uitwerking
  • Kaartje 2 is een kopie. Het herhaalt de hoofdvraag in andere woorden. Weg ermee.
  • Kaartje 3 is een zijstraat. Over volwassenen gaat de hoofdvraag niet. Weg ermee.
  • Er mist een kaartje. Wat versta je onder "telefoongebruik tijdens het huiswerk", en hoe meet je dat? Zonder die definiërende deelvraag kun je kaartje 1 en 4 niet beantwoorden. Dit kaartje hoort vooraan.

Stap 1 — Schrijf je kaartjes (10 min)​

Schrijf je hoofdvraag op het grote kaartje. Schrijf elke deelvraag op een eigen klein kaartje — drie tot zes stuks. Onderaan elk deelvraagkaartje zet je de functie: definiërend, beschrijvend, vergelijkend, evaluerend, explorerend of toetsend.

Stap 2 — Leg ze neer (5 min)​

Leg de hoofdvraag bovenaan op tafel. Leg de deelvragen eronder, van links naar rechts, in de volgorde waarin je ze zou beantwoorden. Nummer ze pas nu.

Stap 3 — Toets de hoofdvraag (5 min)​

Pak de toetskaart en loop de zes eisen voor de hoofdvraag langs. Voldoet hij niet aan een eis? Herschrijf het kaartje meteen.

Stap 4 — Toets elke deelvraag los (5 min)​

Pak de deelvraagkaartjes een voor een op en loop de vier eisen langs. Een kaartje dat de hoofdvraag herhaalt, leg je óp de hoofdvraag; een kaartje dat niets bijdraagt, leg je opzij.

Stap 5 — Toets de samenhang (5 min)​

Kijk nu naar de hele rij. Mist er een stap? Schrijf een nieuw kaartje en schuif het op zijn plek. Zeggen twee kaartjes bijna hetzelfde? Voeg ze samen. Klopt de volgorde niet? Schuif.

Stap 6 — De raadtest (5 min)​

Draai het hoofdvraagkaartje om en laat je klasgenoot alleen de deelvragen lezen. Kan die raden wat je hoofdvraag is? Dan hangen je vragen goed samen. Lukt het niet, of raadt de ander iets heel anders, dan vertellen je deelvragen een ander verhaal dan je hoofdvraag. Zoek samen waar het misgaat.

Kaartjes​

Knip langs de stippellijnen.

Hoofdvraag
Deelvraag nr. ....Functie: ..................................
Deelvraag nr. ....Functie: ..................................
Deelvraag nr. ....Functie: ..................................
Deelvraag nr. ....Functie: ..................................
Deelvraag nr. ....Functie: ..................................
Deelvraag nr. ....Functie: ..................................

Toetskaart​

Hoofdvraag — zet bij elke eis ja of nee.

EisVraag jezelf afJa / nee
OpenKan het antwoord meer zijn dan ja of nee?
AfgebakendIs duidelijk over wie, wat, waar en wanneer het gaat?
OnderzoekbaarKun je het met jouw middelen en in jouw tijd beantwoorden?
Eén vraagGaat het over één ding?
NeutraalZit het antwoord er niet al in?
Geen woordenboekvraagMoet je echt iets uitzoeken of maken?

Elke deelvraag — schrijf de nummers op van de kaartjes die niet voldoen.

EisVraag jezelf afWelke kaartjes niet?
Een echte vraagIs het een open vraag, geen onderwerp of opdracht?
Los te beantwoordenIs het één stap, met één duidelijke aanpak?
Eén functieKun je er één functie bij zetten?
Kleiner dan de hoofdvraagIs het een stap ernaartoe, geen kopie?

De samenhang — kijk naar de hele rij.

EisVraag jezelf afJa / nee
Samen compleetAls je alle kaartjes beantwoordt, weet je dan het antwoord op de hoofdvraag?
Elk kaartje nodigKun je geen kaartje weghalen zonder dat er iets ontbreekt?
Geen overlapVragen geen twee kaartjes bijna hetzelfde?
Logische volgordeEerst definiëren, dan beschrijven, dan verklaren of evalueren?
RaadtestKon je klasgenoot je hoofdvraag raden uit de deelvragen?

Nabespreking​

  • Welke eis zorgde bij jou voor de grootste verandering?
  • Moest je een kaartje weghalen, of juist toevoegen? Welke?
  • Wat raadde je klasgenoot bij de raadtest — en wat zegt dat over je deelvragen?
Waar het naartoe moet

Na deze werkvorm heb je een stapel kaartjes waar je mee verder kunt: de hoofdvraag voor je inleiding, de deelvragen als hoofdstukken van je onderzoek. Wil je je vraag laten beoordelen en vastleggen wat je precies gaat meten, ga dan door met Scherp je vraag.

Hangt samen met​