Scherp je vraag
Naam: .................................. Klas: .......... Beoordeeld door: ..................................
Voor de docent — duur, groepsvorm, beoordeling
Duur: 2 lesuren. Met de variant hieronder past het in één lesuur plus huiswerk.
Groepsvorm: tweetallen die elkaars werkblad beoordelen, zoals vakgenoten dat bij peer review doen. Na stap 1 en na stap 3 wisselen ze van werkblad.
Tijdsindeling: stap 1 onderwerp naar vraag (15 min) · stap 2 laten beoordelen en herschrijven (15 min) · stap 3 deelvragen (15 min) · stap 4 controle door de ander (10 min) · stap 5 operationaliseren (15 min) · nabespreking (15 min).
Nodig: het werkblad op papier (twee A4) en het hoofdstuk Onderzoeksvragen op het scherm. Leerlingen werken aan hun eigen profielwerkstuk of praktische opdracht; wie nog geen onderwerp heeft, kiest er een uit de voorbeelden op de site.
Beoordeling: kijk niet of versie 2 van de hoofdvraag perfect is, maar of hij beter is dan versie 1, en of de feedback van de beoordelaar naar de eisen verwijst. Het ingevulde werkblad is een goed startpunt voor het eerste gesprek met de begeleider van het profielwerkstuk.
Variant voor één lesuur: stap 1 tot en met 3 in de les, stap 4 en 5 als huiswerk; het tweetal wisselt de volgende les.
Valkuil: beoordelaars zijn te aardig ("ziet er goed uit!"). Eis dat bij elke eis in stap 2 een ja of nee staat, en bij elk nee een concrete verbetering.
Schoolafspraken: vraagt de handleiding van jullie school om een vast aantal deelvragen, laat leerlingen dat aantal dan aanhouden.
Printen: de knop bovenaan drukt het werkblad af op twee A4: stap 1 en 2 op het eerste vel, stap 3 tot en met 5 op het tweede. De uitleg blijft op het scherm.
Waar gaat dit over?
Een goede hoofdvraag is het halve werk: hij bepaalt wat je gaat zoeken, meten en opschrijven. In deze werkvorm maak je van je onderwerp een hoofdvraag, laat je die beoordelen door een klasgenoot, deel je hem op in deelvragen, en leg je vast wat je precies gaat meten.
Aan het eind heb je een tweede, scherpere versie van je hoofdvraag — en weet je waarom die beter is dan de eerste.
Stap 1 — Van onderwerp naar vraag (15 min)
Vul in van boven naar beneden; versie 1 mag nog ruw zijn.
| Van onderwerp naar vraag | |
|---|---|
| Onderwerp waar gaat het over, in een paar woorden? | |
| Aanleiding wat is er aan de hand, en waarom wil je het weten? | |
| Wie en wat? welke groep, welk verschijnsel? | |
| Waar en wanneer? welke school, plek, periode? | |
| Hoofdvraag, versie 1 |
Stap 2 — Laat je vraag beoordelen (15 min)
Je klasgenoot loopt de zes eisen langs: ja of nee, en bij nee wat er beter moet. Daarna schrijf jij versie 2.
| Eis | Ja of nee — en wat moet er beter? |
|---|---|
| Open meer dan ja of nee? | |
| Afgebakend wie, wat, waar, wanneer? | |
| Onderzoekbaar met jouw middelen en tijd? | |
| Eén vraag niet twee aan elkaar geplakt? | |
| Neutraal zit het antwoord er niet al in? | |
| Geen woordenboekvraag moet je echt iets uitzoeken? | |
| Hoofdvraag, versie 2 in te vullen door jou |
Stap 3 — Deelvragen (15 min)
Schrijf drie tot vijf deelvragen, in de volgorde waarin je ze gaat beantwoorden.
| Deelvragen | |
|---|---|
| Deelvraag 1 | |
| Deelvraag 2 | |
| Deelvraag 3 | |
| Deelvraag 4 | |
| Deelvraag 5 |
Stap 4 — Controle door je klasgenoot (10 min)
Wissel opnieuw: de ander vult deze controle in.
| Controle | Ja of nee, en waarom? |
|---|---|
| Samen compleet geven de deelvragen samen het antwoord op de hoofdvraag? | |
| Geen zijstraat draagt elke deelvraag iets bij? | |
| Geen kopie herhaalt geen enkele deelvraag de hoofdvraag? |
Stap 5 — Wat ga je meten? (15 min)
Operationaliseer het belangrijkste begrip dat je moet meten.
| Begrip: | |
|---|---|
| Wat versta je eronder? | |
| Indicator(en) aan welke waarneembare kenmerken zie je het? | |
| Meetinstrument en meetregel hoe meet je het, en wat telt als hoog of laag? |
Nabespreking
- Wat veranderde er van versie 1 naar versie 2? Welke eis gaf de doorslag?
- Welke deelvraag kreeg de meeste kritiek in stap 4, en was die terecht?
- Bij welk begrip was het operationaliseren het lastigst — en waarom?
Het doel is niet een perfecte vraag in één les. Het doel is dat je kunt uitleggen wáárom versie 2 beter is: opener, smaller, neutraler, beter meetbaar. Die uitleg heb je straks ook nodig in de inleiding van je verslag.
Hangt samen met
- Hoofd- en deelvragen samen — voorbeelden en oefeningen bij deze werkvorm
- Van vijftig naar drie — de volgende stap: literatuur zoeken bij je deelvragen
- De keuzedriehoek — per deelvraag functie, soort en methode kiezen