Denkers op een rij
De keuze van de denkers op deze pagina is gebaseerd op Le Coultre, E.-A. (2007). Ik denk: Cogito. Inleiding in de filosofie, hoofdstuk 4, Kennisleer. Veen Magazines. De tekst, voorbeelden en oefeningen op deze pagina zijn een eigen uitwerking.
De kennisleer is voor een groot deel één lang gesprek tussen twee kampen: komt kennis uit het denken of uit de zintuigen? Hieronder staan de acht denkers uit dit hoofdstuk op volgorde van tijd. Elke naam leidt naar een eigen pagina.
| Denker | Tijd | Kernidee | Kamp |
|---|---|---|---|
| Plato | ca. 427–347 v.Chr. | Grotallegorie: wat je waarneemt zijn schaduwen; de echte Ideeën ken je met je verstand | Rationalisme |
| Aristoteles | 384–322 v.Chr. | De essentie bestaat niet los van de dingen; kijk naar de wereld zelf en redeneer met de syllogistiek | Empirisme |
| Descartes | 1596–1650 | Twijfel aan alles; wat overblijft is "cogito ergo sum" | Rationalisme |
| Spinoza | 1632–1677 | Filosofie bedrijven als meetkunde; alles is één substantie | Rationalisme |
| Locke | 1632–1704 | Geen aangeboren ideeën; de geest begint als onbeschreven blad | Empirisme |
| Berkeley | 1685–1753 | Ook vorm en omvang bestaan niet buiten de waarneming: zijn is waargenomen worden | Empirisme |
| Hume | 1711–1776 | Elke zinvolle uitspraak gaat over begrippen of over feiten; inductie is niet te rechtvaardigen | Empirisme |
| Chomsky | geb. 1928 | Kinderen leren te snel taal om alles uit ervaring te halen: een deel is aangeboren | Rationalisme |
De slinger
Zet je ze op een rij, dan zie je een slinger heen en weer gaan. Plato kiest voor het denken, zijn leerling Aristoteles voor de waarneming. Tweeduizend jaar later begint Descartes opnieuw bij het denken, waarna Locke, Berkeley en Hume de empiristische kant zo ver doortrekken dat er van zekere kennis bijna niets overblijft. Kort daarna probeert de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724–1804) de twee kampen te verzoenen: alle kennis begint met ervaring, schrijft hij, maar ons verstand brengt zelf de vormen mee waarin we die ervaring ordenen. En in de twintigste eeuw brengt Chomsky het aangeboren weten terug — nu onderbouwd met taalonderzoek.
Dat patroon is zelf leerzaam: geen van beide kampen heeft ooit definitief gewonnen. In je eigen onderzoek gebruik je ze dan ook allebei — je redeneert je vraagstelling scherp en je gaat vervolgens kijken.
Wie sluit aan bij welk begrip?
| Begrip | Denker |
|---|---|
| Grotallegorie, begripsrealisme | Plato |
| Nominalisme, syllogistiek | Aristoteles |
| Cogito, methodische twijfel | Descartes |
| Monisme | Spinoza |
| Tabula rasa, primaire en secundaire eigenschappen | Locke |
| Idealisme | Berkeley |
| Vork van Hume, inductieprobleem | Hume |
| Universele grammatica | Chomsky |
Hangt samen met
- Hoe kom je aan kennis? — het overzicht van de drie posities
- Rationalisme en empirisme — de twee kampen